Doel en missie Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid richt zich op het ontwikkelen van een sociaal en economisch krachtig Nederland, waarbij iedereen werk en bestaanszekerheid heeft. De combinatie van sociale en economische factoren vormt hierbij de kern, waarbij werk van het grootste belang is. Volgens het Ministerie draagt werk bij aan de zelfontplooiing van de Nederlandse burgers, evenals aan zelfrespect. Samen zorgen deze voor een sterke samenleving. Werk draagt bovendien bij aan de economische houdbaarheid van de Nederlandse maatschappij. In de gevallen waar werk niet meer mogelijk is wegens psychische of lichamelijke problemen en andere obstakels, garandeert het Ministerie bestaanszekerheid. Het doel van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is om in 2020 ieder lid van de beroepsbevolking naar vermogen aan het werken en leren hebben. Daarbij zijn een veilige werkomgeving en levenslang leren de kern begrippen.

Duurzame inzetbaarheid

Om dit doel te bereiken, zijn er verschillende projecten opgestart ter verbetering van de werkgelegenheid, met name gericht op het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Eén van deze projecten is bekend onder de naam duurzame inzetbaarheid. Het project komt voort uit een breder plan van voorgaand staatssecretaris Paul de Krom. Hij stelde in 2011 52 miljoen beschikbaar voor het ontwikkelen van sociale innovaties binnen het Midden- en Kleinbedrijf. Deze sociale innovaties moesten gericht zijn op het verbeteren van bedrijfsprocessen en de inzet van werknemers. Het project duurzame inzetbaarheid is op 8 september 2014 van start gegaan met het tekenen van een intentieverklaring door minister Asscher en voorzitter van MKB-Nederland, Michael van Straalen. Met deze intentieverklaring werd verklaard om vanuit beide instanties meer aandacht te besteden aan deze duurzame inzetbaarheid. Hiervoor is door de overheid 5 miljoen beschikbaar gesteld.

Doel van dit project

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen voor meer aandacht ten aanzien van duurzame inzetbaarheid. De grootste hiervan zijn de verhoging van de AOW-leeftijd, de vergrijzing van de beroepsbevolking en de veranderende economische omstandigheden. Door werknemers de kans te bieden zich voortdurend te ontwikkelen, blijft het, ook voor oudere collega’s, mogelijk om stand te houden in de huidige economische cultuur. Daarnaast biedt een dergelijke continue ontwikkeling medewerkers die door automatisering overbodig worden de kans om andere taken op te pakken.

Verlaging werkdruk – Asscher

Een ander project dat zich richt op werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden komt uit de porftefeuille van minister Asscher. Deze is sinds 2013 actief bezig met het verlagen van de werkdruk. In dit jaar presenteerde de minister cijfers waaruit bleek dat het ziekteverzuim en de gezondheid van de werknemer al enkele jaren vrijwel gelijk zijn gebleven. Zo stelt een ruime 38% van de werknemers dat hij hoge taakeisen ervaart, werkt 10% vaak in een ongemakkelijke houding, en voelt minimaal 30% dat zij regelmatig te maken hebben met tijdsdruk. Als gevolg hiervan pleit de minister voor een aanpak van de werkdruk, niet alleen op psychologisch gebied, ook arbotechnisch zullen er zaken moeten veranderen. Uit de cijfers van 2014 moet nog blijken of de daarop volgende maatregelen een positief effect hebben gehad op de ervaringen van werknemers.

Statistieken en toekomstvisie

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat in 2013 meer bedrijven zijn gestart dan gestopt (een verhouding van 172 tot 129). Daarnaast zijn er in ditzelfde jaar een record aantal aan webwinkels gestart. De verwachting is dat het aantal webwinkels in 2014 alleen nog maar is gestegen. Daarnaast gaat men ervan uit dat het aantal gestopte bedrijven verhoudingsgewijs kleiner zal zijn dan in het afgelopen jaar. Binnenkort worden de cijfers van het CBS op dit vlak uitgebracht, en zullen we zien of dit inderdaad waar is. Uit het werk van het ministerie blijkt wel dat zij de vragen vanuit het MBK in zich op hebben genomen, en hier actief werk van proberen te maken. Het doel om in 2020 iedereen naar vermogen aan het werken en leren te hebben noemen zij zelf gewaagd, maar wellicht komen ze een heel eind.

Landelijk meer starters en minder faillissementen in 2014

Uit onderzoek van de KvK blijkt dat er landelijk gezien meer ondernemers van start zijn gegaan dan dat gestopt zijn. De twee noordelijke provincies Groningen en Friesland zijn hier een uitzondering op. Het aantal faillissementen daalt in januari 2015 met 26 procent ten opzichte van een jaar eerder (513 t.o.v. 692). De meeste faillissementen vonden plaats in de detailhandel. Uit dezelfde cijfers blijkt dat het aantal starters in de installatiebranche aanzienlijk is toegenomen (met 12%). Deze toename is niet onverwacht volgens Dirk Vermeer, eigenaar van Installatiebedrijf Eteb. “De verklaring is logisch. Doordat veel medewerkers te horen krijgen dat er voor hun geen plaats meer is bij hun werkgever en de banen niet voor het oprapen liggen, kiezen de werknemers er uiteindelijk voor om voor zichzelf wat te beginnen”, aldus Vermeer. Voornamelijk ondernemers onder de 30 jaar nemen deze stap.

Wat brengt 2015?

Een logische vervolgvraag is wat het jaar 2015 brengt. De werkgelegenheid lijkt weer aan te trekken. In het artikel over de werkgelegenheid in 2015 wordt hier dieper op ingegaan.

Update 2016

2015 is reeds weer voorbij. Goed om terug te kijken naar afgelopen jaar, maar ook om vooruit te kijken naar 2016. Zijn de verwachtingen uitgekomen en hoe zal het ons komend jaar vergaan? Lees hier verder over in mijn artikel over werkgelegenheid in 2016.